| Regiopolitie Amsterdam |
|
Regiopolitie Amsterdam - Amstelland: Sturing van politieresultaten op basis van een prestatie-stuur-omgeving
De balanced scorecard is om een aantal redenen een goed instrument voor deze sturingsinformatie. Als eerste reden noemt Duijker de ordening en structuur welke de balanced scorecard in de sturingsinformatie aanbrengt. Zo wordt de informatie niet gefragmenteerd weergegeven, dat wil zeggen: alle belangrijke informatie staat bij elkaar. Bovendien wordt de informatie integraal, van alle kanten belicht in de balanced scorecard opgenomen. Tegelijkertijd is de informatie gediffrentieerd, zo vertelt Duijker, want prioriteiten zijn bepalend. Tot slot geldt dat er bij toepassing van de balanced scorecard gebruik wordt gemaakt van een periodiek, vast format. Een ander voordeel van de balanced scorecard betreft de ruimte die wordt geboden aan het opnemen van subjectieve doelstellingen. Daarnaast gelden voordelen die meer specifiek van toegevoegde waarde zijn voor de situatie van het politiekorps. Zo doorbreekt de balanced scorecard de hardnekkige cultuur om resultaten van politiewerk eenzijdig te beoordelen op criminaliteitsontwikkelingen. Zaken als preventie, management, pro-actief handelen en arbeidsomstandigheden kennen ook hun plaats op de balanced scorecard. In verband daarmee wijst Duijker ook op de foutieve wijze van benadering van verantwoordelijkheidsvraagstukken gebaseerd op een historisch opgebouwde verwarring inzake het verschil tussen output en outcome. Waar output een resultante is van de inzet van mensen en middelen, is outcome ook afhankelijk van externe factoren waar de organisatie minder of geen vat op heeft. Als voorbeeld noemt Duijker het aantal tasjesroven welke mede afhankelijk is van het klimaat (hoe warmer het weer, hoe meer tasjesroven). Ook kan gedacht worden aan sociaal-economische factoren welke van invloed zijn op criminaliteitscijfers. De balanced scorecard besteedt niet alleen aandacht aan het eindresultaat, maar legt juist de nadruk op informatie welke een indicatie geeft van de wijze waarop de organisatie inspeelt op de factoren achter het resultaat. Sturing is daardoor beter en meer tijdig mogelijk dan bij rapportage van louter "outcome"-gegevens. Traject van invoering Toepassingsgebieden Als voorbeeld van deze toepassingen laat Duijker in de software van EFM een door de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland gebruikte scorecard uit de praktijk zien. Het blijkt een scorecard op het hoogste organisatieniveau met vijf perspectieven te betreffen. Het oorspronkelijke klantenperspectief is namelijk onderverdeeld in een perspectief voor de interne klant en een perspectief voor de maatschappij, de externe klant. Duijker laat de diversiteit aan gebruikte types van KPI’s zien. Voorbeelden daarvan zijn "Woninginbraak", "Bereikbaarheid", "Opgeloste zaken", "Ziekteverzuim", "Verzuimde schietbeurten", "% Allochtone medewerkers" en "Doorlooptijd klachten". Tevens geeft Duijker een voorbeeld van de drill-down-techniek in de scorecards door vanuit een grafiek op het gekozen scorecardniveau verder te klikken naar de grafiek met de onderverdeling van de districtscores, welke hij vervolgens voor een bepaald district doorklikt naar de grafiek met de respectievelijke wijkteamscores. Met name de toegankelijkheid van het systeem, vertaald als de eenvoudige bediening en eenvoudige interpretatie van de informatie, zijn aspecten van de software die door Duijker worden benadrukt. Resultaten Duijker vertelt verderdat het management voordeel heeft van de uniforme management informatie-aanpak, met name als het gaat om benchmarking tussen de verschillende bedrijfsonderdelen en de onderlinge transparantie. Hij besluit daarom met een pleidooi voor een bredere inzet van het scorecardinstrument. |



